Vader, ik zal uw knaapje zijn. Genoveva van Brabants omgang met haar symbolische tekort'

TitleVader, ik zal uw knaapje zijn. Genoveva van Brabants omgang met haar symbolische tekort'
Publication TypeBook Chapter
Year of Publication2008
AuthorsBemong, Nele
Book TitleEen wijf is een wijf. Mannen en vrouwen bij Stijn Streuvels
Series TitleJaarboek XIII van het Stijn Streuvelsgenootschap
Chapter4
Pagination93-117
PublisherLannoo
CityTielt
ISBN Number978-90-209-7711-0
KeywordsFlemish literature, gender, historical novel, Lacan, legend of Genoveva, Stijn Streuvels
Abstract

In dit artikel wordt bestudeerd 1) hoe Stijn Streuvels in zijn tweedelige ‘cultuurhistorische roman’ Genoveva van Brabant (1919-1920) de hiërarchische man/vrouwverhoudingen uit de Merovingische periode nauwgezet (en uitgaande van talloze studies) reconstrueert; 2) wat de uitzonderlijke positie is die Genoveva inneemt. Een cruciaal moment in de ontwikkeling van Genoveva’s bewustzijn wordt gemarkeerd door haar ontwapenende uitspraak ‘Vader, ik zal uw knaapje zijn!’, als antwoord op haar vaders verzuchting ‘Waart gij maar een knaapje!’. In die uitspraak treedt namelijk de overgang op van een geslachtelijke onbepaaldheid (of een ‘bovengeslachtelijkheid’) in haar kindertijd, naar een wereld die gekarakteriseerd wordt door een hiërarchisch ingevuld sekseverschil. Vóór haar ‘onschuldige’ antwoord leek Genoveva zich niet bewust van onderscheiden categorieën van mannelijk- en vrouwelijkheid, noch van de daaraan verbonden rollen en verwachtingspatronen: als een als het ware geslachtloos wezen leek ze dat onderscheid te overstijgen. Door haar uitspraak ontstaat echter het Lacaniaanse effect van het verdeeld zijn door de taal: vanaf het moment dat Genoveva een sprekend subject is geworden, treedt de verdeeldheid die eigen is aan elk ‘parlêtre’ ook bij haar in. Tegelijk ontstaat het verlangen naar wat (met die uitspraak) voorgoed verloren is gegaan (het Lacaniaanse ‘object a’). De jonge Genoveva wordt dus van meet af aan geconfronteerd met een symbolisch tekort, en de rest van haar leven probeert zij dat tekort te overstijgen door ondanks haar vrouw-zijn het recht op te eisen om haar eigen rol en plaats in de wereld te bepalen, in de plaats van willoos te aanvaarden wat anderen haar opdringen. Zo weigert ze de status van mystieke heilige die haar moeder en peetmoeder haar toeschrijven op grond van de voorspelling van een bisschop bij Genoveva’s geboorte, om de in de roman onmiskenbaar positief geconnoteerde rol van zorgzame ‘huisvrouw’ op zich te nemen. Interessant is dat Streuvels zijn bewerking door die keuze tegelijk inschrijft in de traditie van het Duitse volksboek, in plaats van in die van de jezuïeten De Ceriziers en Van Houcke, waar godvruchtige overlading overheerst. Genoveva zal haar belofte nooit letterlijk kunnen nakomen: ze zal immers nooit fysiek een jongen kunnen worden. Figuurlijk, daarentegen, zal ze door haar marteldood wel haar vaders ‘knaapje’ worden: ze zal de verwachtingen die hij van een mannelijke nakomeling had niet alleen inlossen, maar zelfs overtreffen.

AttachmentSize
nele_bemong_-_streuvelsjaarboek.pdf95.06 KB